Laatste update op 2 februari 2018

Willem de Mérode (1887-1939) was de dichtersnaam van Willem Eduard Keuning. Hij werd geboren in de literaire familie Keuning in Spijk (Noord-Groningen).

Geaardheid en geloof

De Mérode werkte jarenlang als onderwijzer aan de gereformeerde basisschool in Uithuizermeeden. Hij was niet alleen een diepgelovig man, hij was ook homoseksueel. Ondenkbaar in zijn tijd om dat te laten merken, zeker binnen het gereformeerde milieu waarin hij zich bevond. Hij wist het al op jonge leeftijd, en zijn geaardheid bracht hem een levenslange worsteling met zichzelf en het geloof. Hij leerde zijn geaardheid accepteren, maar hij was ervan overtuigd dat het praktiseren van homoseksualiteit tegen Gods wil inging. Ondanks zijn orthodoxe geloof was De Mérode ook geïnteresseerd in het mystieke van het rooms-katholieke geloof.

Erotiek

Portret Ekko Ubbens (Okke), 15 jaar - muse van Willem de Mérode

Portret Ekko Ubbens (Okke), 15 jaar – muse van Willem de Mérode

Hij had een bijzondere band met een aantal leerlingen van de school. Zijn grote liefde was Ekko Ubbens, een leerling die bij hem in de klas zat en zelf van niets wist. Willem de Mérode noemde hem ‘Okke’. Veel van zijn gedichten drukken zijn liefdesverlangen en de onmogelijkheid van zijn gevoelens voor hem uit. Hoe gelovig De Mérode ook was, hij kon en wilde ze niet ontkennen, en zag het als het kruis dat hij moest dragen.

Intellectueel

Uit de biografie van Hans Werkman blijkt dat De Mérode een intelligente, gevoelige man was. Hij voelde zich eenzaam, maar onttrok zichzelf ook bewust aan het sociale leven. Hij werd eigenaardig gevonden. Niemand in Uithuizermeeden had in de gaten dat hij gedichten schreef in zijn vrije tijd. Hij woonde in een kamertje aan de hoofdstraat in Uithuizermeeden die hij huurde van hospita Van der Schaar. Hij stouwde het kamertje vol met boeken. In zijn vrije tijd was hij vooral bezig met literatuur, geschiedenis, theologie, schrijven en dichten. Hij had een passie voor kunst, cultuur en muziek.

Ommekeer

Volgens biograaf Hans Werkman was de Duitse dichter August von Platen (1796-1835) zijn rolmodel in de liefde:

Von Platen schreef in zijn poëzie graag over een blonde, kunstzinnige jongeman met wie hij een duurzame geestelijke relatie kon hebben. Lichamelijke seksualiteit, die hij ‘begeerte’ of ‘zinnelijkheid’ noemde, wenste hij te vermijden; de relatie moest in liefdevolle zelfdiscipline ‘een gemeenschap van onthouding’ zijn.

Desondanks was er natuurlijk wel het verlangen en dat liet zich niet wegdrukken. Het jaar 1924 bracht een grote ommekeer De Mérode. Hij bracht acht maanden in de gevangenis in Groningen door vanwege een seksueel contact met een oud-leerling van 16 jaar. Hij kwam er als een gebroken man uit, ontredderd. Deze moeilijke periode in zijn leven heeft hij omgezet in wonderschone gedichten en dichtbundels.

Hoezeer hij worstelde met geaardheid en geloof en de behoefte tot verzoening blijkt bijvoorbeeld uit de volgende dichtregels:

“Gods toorn heeft louterend uitgewoed.
Hij ziet mij aan en keurt mij goed”.

Venetië en De Mérode

Willem de Mérode op het San Marcoplein, 1923

Willem de Mérode op het San Marcoplein, 1923

Ondanks zijn slechte gezondheid bezocht Willem de Mérode de stad Venetië twee keer. Zijn metgezel moest hem soms letterlijk musea in- en uitslepen. Hij genoot van de kunst, de pracht en praal. Maar wat hem ook aantrok en inspireerde was het verhaal ‘De dood in Venetië’ van Thomas Mann. In een brief aan P.J. Meertens vertelde hij dat ‘Der Tod in Venedig’ hem aan Okke deed denken.

Wil je meer weten over De Mérode, lees dan op de website van biograaf Hans Werkman over Willem de Mérode » en mijn website over Willem de Mérode ». Ook interessant is het essay van Doeke Sijens op Tzum.nl »

Pageviews voor omzetting: 1452