Laatste update op 18 november 2017

Op 15 februari 1564 werd Galileo Galilei (1564-1642) geboren in Pisa, Italië. Je kent het vast van de scheve toren. Volgens Stichting Volkssterrenwacht was Galileo een briljant theoreticus, meesterlijk experimentator, nauwgezet observator, bekwaam uitvinder en instrumentenbouwer en diepgelovig katholiek.

Galileo werd door zijn vader opgevoed tot hij elf was. Maar zijn vader had niet voldoende geld en daarom moest Galileo naar een kloosterschool. Uiteindelijk haalde zijn vader hem daar na drie jaar ook weer weg en vanaf 1581 studeerde Galileo geneeskunde aan de universiteit in Pisa. Zijn passie lag echter bij wis- en natuurkunde. En hij ging dan ook al snel aan de slag met allerlei wiskundige experimenten. Vooral de sterrenhemel kon op zijn aandacht rekenen. Via zijn Il bilancetta waarin hij allerlei experimenten beschrijft, krijgt hij faam in de wereld van de wis- en natuurkundigen.

Telescoop & campanile

Campanile

Campanile

De telescoop is van oorsprong een Nederlandse uitvinding (de “Hollandschen Kijcker”). Galilei verbeterde de techniek van de kijker uit Nederland en bouwde al snel zijn eigen kijkers met diafragma. En zo ontdekte hij als eerste allerlei dingen in ons heeal, zoals de zonnevlekken, de manen van Jupiter en de maankraters.

In 1609 demonstreerde Galileo op campanile van Venetië, de toren op het Piazza San Marco, hoe de telescoop werkte. Dat moet aan de 90e doge zijn geweest, Leonardo Donato. Volgens Wikipedia financierde de doge zijn studie naar de sterren en hemellichamen. In zijn werk Sidereus Nuncius (“boodschapper van de sterren”) uit 1610 beschrijft Galilei zijn bevindingen. Met zijn aannames was men niet onverdeeld blij. De aarde zou rond zijn en niet het centrum van het heelal: dat was een controversieel inzicht dat hem uiteindelijk zelfs in de cel deed belanden, omdat zijn inzichten te ver afdwaalden van wat de kerk wilde horen.

Bronnen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *