Laatste update op 18 november 2017

De naam Antonio Vivaldi (1678-1741) ken je ongetwijfeld. Wist je ook dat deze wereldberoemde componist uit Venetië komt? Hij schreef meer dan 770 werken en hij is wereldwijd vooral bekend geworden door zijn compositie ‘De vier jaargetijden’, in het Italiaans: “le quattro stagioni” (ook een van de pizzaklassiekers trouwens).

Vivaldi, “Il Prete Rosso”

Vivaldi, “Il Prete Rosso”

Vanwege zijn rode haar werd Vivaldi ook wel Il Prete Rosso genoemd: de rode priester. In eerste instantie zou Vivaldi namelijk priester worden; hij werd zelfs tot priester gewijd. Door een astmatische aandoening is uitoefening van dit beroep uiteindelijk niet gelukt. Maar Vivaldi had altijd al een voorliefde voor muziek en daar richtte hij zich helemaal op na het besluit om het priesterschap op te geven.

Ospedale della Pietà

Hij werd koor- en orkestdirigent en vioolleraar bij Ospedale della Pietà, een Venetiaans weeshuis. Hij gaf vioolles aan getalenteerde jonge Venetiaanse weesmeisjes. De concerten die deze meisjes gaven, stonden hoog aangeschreven: vooraanstaande mensen vanuit de hele wereld bezochten de concerten. Als je iets voorstelde in die tijd, dan moest je hier geweest zijn.

Vivaldi is weliswaar nu zeer bekend, maar zijn werk was tot het begin van de 20e eeuw volkomen vergeten. Hij werd ook tijdens het leven niet zozeer gerespecteerd door collega’s en hij moest bokkensprongen maken om aan de kost te komen. Toen er in Venetië geen opdrachtgevers meer voor hem waren, vertrok hij naar Wenen waar hij uiteindelijk straatarm overleed. Niemand weet waar hij ligt begraven.

Verwarring kerk en weeshuis

Er staat een kerk in Venetië die bekend is als La Pietà, of ook wel Vivaldi’s kerk. De kerk heet officieel Chiesa di Santa Maria della Pietà. Veel mensen denken dat Vivaldi in deze kerk les gaf aan de weesmeisjes, maar dat is een misverstand. De kerk is namelijk pas na de dood van Vivaldi gebouwd. Het grootste gedeelte van het leven van Vivaldi in Venetië speelde zich af in het gebouw naast de kerk; het Ospedale della Pietà (en dus niet de Chiesa). Tegenwoordig is Hotel Metropôle in dit gebouw gevestigd. De verwarring is waarschijnlijk ontstaan door het babyluik waarin men weeskinderen (baby’s) kon achterlaten: dat luik zat namelijk wél in de Chiesa della Pietà. Het Ospedale della Pietà is er nog altijd en vervult zijn functie nog steeds, maar met een subtiel verschil: het is nu een kinderopvang en adoptiebureau.

Hoe werkte het weeshuis

Het ospedale werd al rond 1340 gesticht in de San Giovanni in Bragora, één van de oudste kerken in Venetië. Het is ook de kerk waar Vivaldi werd gedoopt. De verbintenis van Vivaldi aan La Pietà en de muzikale weesmeisjes, lijkt daarom niet zo toevallig. Indertijd waren er vier van zulke ospedali (letterlijk: ziekenhuizen) in Venetië die zorgden voor het welzijn van de zieken, de armen en daklozen. Elk ospedale had zijn eigen specialisatie. Het Ospedale della Pietà verhuisde uiteindelijk naar de Riva della Schiavoni. De enige officiële eis om tot het weeshuis toegelaten te worden was dat het weeskind een buitenechtelijk kind moest zijn.

De Pietà-kerk vanaf San Giorgio

De Pietà-kerk vanaf San Giorgio

Het babyluik

Ongewenste, buitenechtelijke kinderen werden in het babyluik, de scaffetta, gelegd. Dat was een soort draailuik in de stenen muur dat aan de buitenkant kon worden geopend. De baby moest erin worden gelegd en vervolgens moest het luik worden gedraaid. Vervolgens rinkelde degene die het kind achterliet, meestal de moeder (vaak een hoer of courtisane), de bel en maakte zich uit de voeten. Het luik schijnt nog in de kerk te zitten, maar het is niet toegankelijk voor publiek. Een kind achterlaten was een hachelijke onderneming, want het luik was nadrukkelijk bedoeld voor pasgeboren baby’s. Je moet je daarbij voorstellen dat een iets oudere baby er niet meer goed in paste, maar dat er wel is geprobeerd oudere (te grote) baby’s achter te laten, met alle pijnlijke gevolgen.

Als de baby was achtergelaten, betekende het nog niet dat deze zou overleven. In die tijd kon je niet even naar de winkel voor babyvoeding. Voor een baby moest meteen een voedster worden gevonden: een vrouw die zelf net een kind had gekregen en nog borstvoeding gaf. Als dit niet op tijd lukte, stierf de baby van de honger. Voedsters werden vaak in de nabijgelegen bergen gevonden. De baby verhuisde tijdelijk naar de woning van de voedster.

Babyluikboek en brandmerk

Brandmerk Weeskinderen Ospedale della Pietà

brandmerk weeskinderen Ospedale della Pietà

Iedere vondeling kreeg een nummer. Ook werd zijn/haar levensgeschiedenis gedocumenteerd. Het achtergelaten kind werd daartoe in de registers van het babyluik, de ‘libri della scaffetta’, ingeschreven. Ook werd het gebrandmerkt met een ‘P’ door de Medico Chirurgo (zie afbeelding). Het brandmerk moest diefstal van de baby voorkomen, want soms probeerde een voedster het weeskind zelf te houden, bijvoorbeeld als haar eigen baby was overleden. Het brandmerk voorkwam dit. Het brandmerk werd overigens lange tijd niet als schande gezien: het betekende juist dat het kind een goede opleiding had gehad. Tot de 18e eeuw kwam de ‘P’ op de linker bovenarm, daarna koos men voor de voetzool. Uiteindelijk stopte men in de 19e eeuw met het brandmerken van de kleine weesjes omdat dit toen als barbaars werd gezien.

De herkomst van iedere vondeling werd strikt geheim gehouden. Sommige baby’s werden in vuile lappen achtergelaten, andere zagen er prachtig uit. Soms waren de kleren van een zodanige kwaliteit dat het wel om een kind van een adellijke familie moest gaan. Zelden werd een kind later weer opgehaald door de ouders. Het was ook moeilijk om te bewijzen dat ze de echte ouders waren. Maar mensen die van plan waren hun baby later weer op te halen (vaak nadat het kind gratis de goed aangeschreven opleiding had gehad), lieten bijvoorbeeld een afgescheurde speelkaart in de kleding van de baby achter. Met de andere helft konden ze dan later aantonen dat het kind echt bij hen hoorde.

Uitstekend onderwijs

Zowel jongens als meisjes kregen onderwijs in het weeshuis tot hun tiende. Daarna gingen de jongens ergens anders een vak leren. De meisjes kregen na hun tiende een opleiding tot een vak waarmee ze zelf de kost konden verdienen, zoals apotheker, kok, naaister, kantmaakster, zeilmaker, etc. Vanaf halverwege de zestiende eeuw kreeg een klein, getalenteerd deel van de meisjes een muzikale training om te zingen of een instrument te bespelen. De concerten van deze meisjes werden zeer goed bezocht. Het Ospedale had hieraan een belangrijke inkomstenbron. Vanaf 1703 gaf Vivaldi deze meisjes vioolles.

Waarschuwing van de doge

De kwaliteit van het onderwijs in het weeshuis was zoals gezegd uitstekend. Daarom moest men voorkomen dat een kind onterecht in het babyluik werd gelegd en zo op kosten van de republiek een opvoeding zou krijgen en gratis hoogwaardig onderwijs zou kunnen volgen. De doge gelaste daarom een stenen tekst op het weeshuis aan te brengen om draagkrachtige ouders te waarschuwen tegen het achterlaten van hun legitieme kinderen als ze zelf de mogelijkheid hadden om het kind op te voeden en in scholing te voorzien. Het begin van de tekst luidt:

“Fulmini il Signor Dio di maledizione e di scomunica quelli che mandano o permettono che siano mandati i loro figli e figliole sia legittimi come naturali, in questo …’.” etc.

De complete tekst betekent: “Moge God de Heer al degenen met vervloeking en excommunicatie geselen die hun zonen en dochters – of ze nu wettig of buitenechtelijk zijn – naar dit hospitaal sturen of toestaan dat ze erheen worden gestuurd, als er voldoende vermogen en middelen zijn om hen zelf groot te brengen.”

De waarschuwing moge duidelijk zijn.

waarschuwingsplaquette voor de rijken

waarschuwingsplaquette voor de rijken

Museum, klein maar fijn

In Calle della Pietà, een nauw straatje naast Hotel Metropôle, vind je een klein juweel van een museum, namelijk het ‘Piccolo Museo della Pietà‘. Hier zijn allerlei dingen uit de Vivaldi-tijd tentoongesteld, zoals handgeschreven muziekblad van Vivaldi en pagina’s van de ‘Libri della scaffetta’. De registers fungeerden als catalogi. In dit kleine museum kun je ook originele instrumenten bezichtigen die door de muzikale weeskinderen werden bespeeld. Het museum is alleen geopend op afspraak.

In het Museo della Musica (gratis entree), dat in de buurt van Teatro La Fenice ligt, kun je ook instrumenten van Vivaldi bewonderen. Dat museum is doorlopend geopend en herbergt een permanente tentoonstelling van allerlei instrumenten, bladmuziek en materiaal dat met Vivaldi te maken heeft.

muziekinstrumenten en bladmuziek Vivaldi-museum

muziekinstrumenten en bladmuziek Vivaldi-museum

Gedicht

Bij het verhaal van Vivaldi past het gedicht ‘De componist’. De dood lijkt als een bevrijding te komen in zijn leven waarin Vivaldi niet kon componeren zoals hij dat had gewild. Het gedicht komt uit de bundel Langs Den Heirweg en is geschreven op 17 september 1927.

De componist

Hij had de deuren afgesloten
En alle vensters dichtgedaan.
Toen is zijn leven weggevloten
En weer als melodie ontstaan.

Ontbindingen, en samenstroomen
Van zielsbezit en zinnenbuit,
Vermoedingen en vondsten komen
Schokkend en glijdend tot geluid.

Het is een eindeloos versterven
En staren naar de zaligheid
En Christus’ eeuwig leven erven,
Dat hart en lied bindt en bevrijdt.

En voor zijn instrument gezeten,
Door leed gelouterd en geheeld,
Heeft hij zijn diepst en ongeweten
Leven aanvaard en uitgespeeld.

Links

Barbara Quick over Ospedale della Pietà »
Wikipedia-artikel over het ospedale »
Oxford Girls Choir, pdf »

Vivaldi-museum

Vivaldi-museum

Geboortehuis Vivaldi

Geboortehuis Vivaldi


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *