Laatste update op 18 november 2017

Oselle zijn munten die voor de doge werden geslagen zodat hij hiermee jaarlijks de jachtrechten op de lagune kon afkopen van de adel. Dit gebeurde voor het eerst vanaf doge Antonio Grimani (1521-1523). Maar die naam ‘oselle’ heeft een eigenaardige oorsprong. Eigenlijk gaat het helemaal niet om munten maar om wilde eenden. Je weet wel, die met de rode pootjes. Het woord osella (enkelvoud) is namelijk Venetiaans voor ‘eend’ of ‘vogel’. Een mooi Venetiaans stukje geschiedenis.

Jachtprivilege afkopen

eenden schieten op de lagune - Pietro Longhi

eenden schieten op de lagune – Pietro Longhi

De geschiedenis begint met het privilege van doges om in een bepaald gedeelte van de lagune te jagen. Toen de macht van de doge steeds verder werd ingeperkt in de 13e en 14e eeuw, had dit invloed op zijn jachtprivileges. Hij moest dit voorrecht vanaf 1361 voortaan jaarlijks afkopen van de adel. Daarvoor moest hij vijf wilde eenden weggeven aan het hoofd van iedere adellijke familie die deel uitmaakte van de Grote Raad, de Maggior Consiglio. Vooral de vrouwelijke eenden, in een Venetiaans dialect Mazzorini of Oselle (Italiaans: uccello), waren lekker. De term ‘oselle’ is uit te leggen als “vrouwelijke vogels”.

Te veel adel, te weinig eenden

Met de toename van de adel (en dus het aantal leden van de Grote Raad) werd het steeds moeilijker om voldoende eenden te vangen. In 1521 waren er niet minder dan 9.000 nodig. De doge kreeg daarom toestemming van de Senaat om voortaan penningen, dukaten, uit te delen die de waarde van de eenden vertegenwoordigden: de oselle. Op de ene kant van de munt werd de naam van de afgebeeld, een jaartal en de tekst ‘munus’ wat zoiets als ‘gift’ betekent. Op de andere zijde werd een actuele gebeurtenis uitgebeeld (politiek, religieus of feestelijk). De waarde van de zilveren munt moest een kwart van een gouden dukaat zijn.

Het einde van de Oselle; een nieuw begin

De laatste officiële osella dateert van 1797, geslagen voor de laatste doge van Venetië, Ludovica Manin. De traditie stopte met de inval van Napoleon waarop het Verdrag van Campo Formio volgde en deze laatste doge werd afgezet.

Tot vreugde van verzamelaars wordt de munt sinds 1993 opnieuw geslagen, met dank aan de bemoeienissen van het comité Festa della Sensa.

Niet voor arme lui

De penningen waren een kwart van de zecchino, de Venetiaanse dukaat, waard. De waarde werd in de officiële wisselkoerstabellen vastgelegd. Maar wat is de waarde van een kwart-dukaat in die tijd precies? Een dukaat van 3,5 gram vertegenwoordigde in de middeleeuwen zeker twee doorsnee weeklonen.

De gewone man kreeg dus vrijwel nooit iets anders dan zilveren of koperen munten in handen. Gouden munten waren het betaalmiddel van de rijken en de kooplieden. 50 gouden Venetiaanse dukaten (‘sakijnen’, zecchini) waren rond 1500 circa 2.000 stuivers waard, meer dan een jaarloon van een metselaar.

Een toepasselijk weetje: al in 1284 sloeg de Republiek Venetië het gouden muntstuk, de dukaat. Die dukaat zou 600 jaar lang de norm voor Europese munten blijven

 

Bekijk ze zelf in Museo del Risorgimento

Je kunt de oselle (zecchini) bekijken in Museo del Risorgimento, dat zich op de tweede verdieping van Museo Correr bevindt. Op Rhinocoins.com » krijg je alvast een indruk van de munten.

oselle Museum Correr

oselle Museum Correr

Leuk om te weten (bron Wikipedia): “In 1284 sloeg de Republiek Venetië zijn eerste stevige gouden muntstuk, de dukaat, die voor de volgende 600 jaar de norm voor Europese munten zou worden. Rond dit moment werden door andere Europese staten andere muntstukken, zoals de florijn, nobel, groot, zloty, en guinea geïntroduceerd om de groeiende handel te vereenvoudigen. De dukaat zou wegens de leidende rol van Venetië in handel met de islamitische wereld en zijn vermogen om verse voorraden goud veilig te stellen de norm blijven waartegen andere muntstukken werden gemeten.”

Lees ook het Wikipedia-artikel ‘Dukaat’

Gedicht Het riet

Bij dit verhaal over jagen en eenden rondom de lagune van Venetië vind ik het gedicht ‘Het riet’ goed passen. Ik zie zo voor me hoe jagers de eenden uit het riet proberen te verjagen om vervolgens op ze te kunnen schieten. Het komt uit de bundel De Stille Tuin. Willem de Mérode schreef het op 2 oktober 1932.

Het riet

Zoo diep gebogen, terneêrgeslagen,
Zoo bevende en traag weer opgericht,
Zoo wankelend onder ’t zware dragen
Van kroon en kragen staat ’t riet in ’t licht.

Ruischende buigen de legerscharen,
Ritselend staan ze weder gerecht,
Bukkende prevelend de oude mare;
Buig, maar breek niet uw onwaardige knecht!

Wuivende pluimen, wild en eendrachtig,
Bruin als een zijigharige huid,
Bleeken, vergulden, en wapperen prachtig,
Hangen banieren en vaandelen uit.

Droger en harder, ten doode versteven,
Knikken en knakken blaadren en stam,
Straks aan twee machtigen overgegeven;
Zuigende vloed en vliegende vlam.

Zwart ligt de brandplaats, ’t ondergeloopen
Land drijft vol flarden, vlekkig en vaal.
Maar in het voorjaar, den dood ontslopen,
Spruiten en sprieten stengel en staal.

de laatste oselle: die van de laatste doge, Ludovico Manin - 1789

de laatste oselle: die van de laatste doge, Ludovico Manin – 1789

Bronnen

Oselle, roth37.it (It) »
Oselle della Sensa (It) »
stedentips, Venetië Marciana »
Palazzo Thiene (It) »
Wikipedia.org, Osella (Duits) »


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *