Laatste update op 16 december 2017

Willem de Mérode schreef een gedicht getiteld ‘De dood in Venetië’ naar aanleiding van het gelijknamige boek (1911) van Thomas Mann. Natuurlijk hoort dat gedicht op deze pagina thuis. Maar ik kan het niet nalaten eerst een ander gedicht op te nemen, getiteld ‘De zwemmer’.

Iedereen die het boek van Thomas Mann kent, weet dat de hoofdrolspeler Gustaf von Aschenbach in Venetië verliefd wordt op een Poolse jongen, Tadzio genaamd. Terwijl de jongen gaat zwemmen, sterft Von Aschenbach als hij vanaf het strand toekijkt. Ik ervaar in het gedicht van De Mérode een treffend gevoel van bewondering en verliefderigheid.

DE ZWEMMER

Hij zag mijn stijgende bewondring wel
Toen, wiegelende, hij naar ’t water schreed,
En blank en onverhoeds daarin vergleed:
Wolkonderschept verblindend zonnespel.

Even een stilte… dan een ruischen… snel
Verscheen zijn lachend hoofd; een glinstrend kleed,
Viel ’t water van zijn schouders, als hij breed
Van slagen deinde uit de bewogen del.

Hij liet zich deinend drijven, en hij dook
En rees zóó vlug, dat ik mijn oogen look
Voor ’t snelle wisslen van dit schoon bedrijven.

Tot hij hóóg opschoot uit een kolk van schuim,
Gelijk de schoonheid, die, naar gunstge luim,
Eén begenadigd uur met ons wil blijven.

Uit: Verzamelde Gedichten, nalezing III, geschreven op 18 augustus 1919

Gondeltocht

Dan volgt hier het gedicht van De Mérode waarin hij een gondelovertocht beschrijft uit het boek van Paul Thomas Mann, de Duitse nobelprijswinnaar voor de literatuur. Het verhaal gaat over homofilie en de vergankelijkheid van schoonheid. Meer over Mann vindt u op Wikipedia »

ferro di prua, de boegpunt van de gondel

ferro di prua, de boegpunt van de gondel

De dood in Venetië

Wij hebben goed met hem gevaren.
Achter en boven ons geleund,
Heeft hij gezongen en gekreund,
En scheen over ons weg te staren.

Ons, laag gezonken in den zetel,
Omving vervoerend zwart damast,
En onze levens lagen vast
In ’t lied dat slaafsch was en vermetel.

Ver van ons weken, vaag, verheven
In gouden roest en schoon verval
Van kleur en spiegelingen, al
De prachtpaleizen van het leven.

Lagen wij stil? de parelmoeren
wateren wiegden ons voorbij.
Zijn stem beheerschte ons en zei:
Ik kan naar hel en hemel voeren.

En toen wij het gezang weerstreefden,
Zagen wij hem: den blondend dood!
Wij voèlden de aanleg van de boot,
En werden hem ontrukt, en leefden.

Maar die hij strak had aangekeken
Huiverde, en zag nog naar hem om,
En is toen hij door ’t venster klom,
’s Avonds, nauw zijn bevel ontweken.

Uit: Kringloop, geschreven op 3/4 december 1933

Liefhebber van gondelvaren

Willem de Mérode hield zelf ook erg van gondelvaren. Lees het artikel ‘Venetië, de moeite waard om terug te keren’ maar eens.


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *