Laatste update op 18 november 2017

Schilderij Tiziano met San Cristoforo, Palazzo Ducale. Inspiratie voor De Mérode?

Schilderij Tiziano met San Cristoforo, Palazzo Ducale. Inspiratie voor De Mérode?

Op een onverwachte plek In het Palazzo Ducale bevindt zich een fresco (1523) van Titiaan. Het verbeeldt veerman Christophorus die een kind moet overzetten. Het lijkt een eenvoudig klusje, maar het gaat toch iets lastiger dan de veerman had verwacht. Willem de Mérode schreef er een aansprekend gedicht over.

Als je niet oplet, loop je zo aan de muurschildering voorbij. Deze is namelijk aan de binnenkant boven een deurpost aangebracht bij de trapopgang naar de kamers van de doge. Als je langs de deur loopt, zie je dat de trap met een ketting is afgesloten. Hierdoor nodigt het niet zo uit om naar binnen te stappen, maar dan mis je toch dit moois.

Fresco met lijst

Leuk detail is de lijst die er omheen zit: best raar, een lijst om een fresco. Het is sowieso een geluk dat het fresco bewaard is gebleven; veel schilderijen die Titiaan voor de overheid maakte gingen verloren tijdens een brand in het dogepaleis in 1577. Als er een tentoonstelling in het dogepaleis is, bestaat de kans dat de trapopgang niet open is. Vraag dan vriendelijk aan een van de suppoosten naar Cristoforo van “Titiano”. Ik had in ieder geval het geluk dat ze voor mij de deur even openden, al was het maar kort.

Aanleiding tot boek

Toen ik op de trap in het dogepaleis zat en naar het fresco keek, overviel me het idee dat Willem de Mérode wellicht op exact dezelfde plek zijn inspiratie voor het gedicht ‘Christophorus’ had opgedaan. Het is dan ook deze muurschildering van Christophorus die voor mij de aanzet was om dit boek te schrijven en een website over Venetië te maken.

Gedicht ‘Christophorus’

Het gedicht Christophorus is wat mij betreft het bewijs dat de Latijnse spreuk ‘Ut pictura poesis’ (Als schilderkunst is poëzie) klopt. Die spreuk drukt namelijk het idee uit dat een schilderij de functie kan hebben van geschreven tekst, vooral poëtische en lyrische. Het gedicht en het fresco passen erg mooi bij elkaar, vind ik.

De stijl van het gedicht ‘Christophorus’ staat trouwens zeker niet symbool voor alle poëzie van De Mérode. Zijn stijl laat gedurende zijn gehele dichtersleven steeds groei en verdere verdieping zien. Vooral in de laatste fase van zijn leven zie je de nodige veranderingen in bijvoorbeeld de toonzetting en lengte van de gedichten. De eerste gedichten van De Mérode dateren uit 1907. Ze werden pas in 2010 door zijn biograaf Hans Werkman achterin een schriftje gevonden. De laatste schreef hij begin 1938, vijftien maanden voor zijn dood. Als je de stijl van De Mérode al wilt typeren, dan zou ik zeggen: van wollig en verliefderig naar kort en strak. Passend bij iemand die verschillende klappen tijdens zijn leven heeft moeten opvangen.

Het gedicht ‘Christophorus’, komt uit de bundel Eenvoudige gedichten. Het is geschreven op 12 april 1935.

Christophorus

 Houtsnede door H. Molenaar, gemaakt voor het gedicht van De Mérode

Houtsnede door H. Molenaar, gemaakt voor het gedicht van De Mérode

Christophorus had van ’s morgens vier
Tot ’s avonds zeven als een lastdier
Door de gezwollen rivier gewaad.
Nu wou hij rusten en eten; maar kwaad
Bedacht hij, er was geen brood in de kast

En nù nog naar ’t dorp gaan was te veel last.
Bovendien – een veer zonder man op post?
“Dan maar lawaaisaus en flauwe kost.”
Hij smeet zijn vetlaarzen fluks in een hoek,
Scharrelde (op kousen, in onderbroek)
Uien en meel bijeen in de pan
Met een scheut melk; … at lekker er van. –
Daar klonk de bel, overzijds, in de biezen.
Een heilige zou zijn geduld verliezen,
Bromde Christophorus, en keek door het raam.
Een hummeltje stond ginds zoo klein en eenzaam,
Dat hij met vaart in zijn laarzen schoot,
En ’t water instapte, dat ’t hoog opspoot.
Hij sprak heel vriendelijk: wel, kleine broer,
Zet je maar als ruitertje op mijn schoêr,
En neem maar als teugel mijn lange haar.
Zit je goed? Stuur je goed? Dan zijn we klaar.
Het was een klein ventje, maar wàt was hij zwaar.
En het water rees hooger dan sinds dag en jaar.
Soms voelden zijn voeten geen bodem meer,
En de jongen drukte hem dieper neêr.
En hij riep: wij verdrinken! Maar God zij geloofd!
En het kind zeide: Leef! Gij draagt God op uw hoofd!
En hij rees, en hij voelde met voet en stok
Weer grond, en hij viel aan land met een schok.
En lachend stond voor hem in lichtglans gehuld
Het kind, en het vroeg: hoe groot is mijn schuld?
Maar de veerman zei: die de Wereldheer droeg,
Had ’t àl in zijn armen, en dat is genoeg.
En toen sprak Jezus: gij zult tot uw dood,
Ter herinnering aan uw Heer in zijn nood,
Christophorus heeten; uw leven en lot
Zal veilig gedragen zijn door uw God.
In ’t donker stond lang de veerman alleen
En schudde zijn hoofd en krabde zijn been,
En trad binnen, en at zijn koud maal uit de pan,
En ging slapen als een gelukkig man.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *