Laatste update op 18 november 2017

Lord Byron, de wereldberoemde Engelse dichter uit de 19e eeuw, woonde jaren in Venetië. Hij schreef er onder andere toneelstukken geïnspireerd door gebeurtenissen uit de Venetiaanse geschiedenis. Byron verbleef onder andere een jaar of wat in Palazzo Mocenigo, dat hij huurde en waar hij het grootste deel van Don Juan schreef. 

De dichter is niet alleen bekend vanwege zijn schrijfsels, maar ook vanwege zijn seksuele uitspattingen. Hij gedroeg zich als een casanova. Verder zijn er allerlei anekdotes over hem te vertellen. Eentje daarvan is zijn voorliefde om naakt door de kanalen in Venetië te zwemmen.

Met regelmaat maakte hij een zwemtochtje en op een keer zwom hij zelfs van het Lido naar het einde van het Canal Grande in Venetië (in 1818), een afstand van toch algauw ruim drie kilometer. Hij schreef erover in zijn brief van 21 februari 1821 aan John Murray:

“We all three started from the island of the Lido and swam to Venice. At the entrance of the Grand Canal, Scott and I were a good deal ahead, and we saw no more of our foreign friend Mengaldo, which however was of no consequence, as there was a gondola to hold his clothes and pick him up. Scott swam on past the Rialto, when he got out less from fatigue than from chill, having been for hours in the water without rest of stay except what is to be obtained by floating on one’s back, this being the condition of our performance. I continued my course on to Santa Chiara, comprising the whole of the Grand Canal beside the distance from the Lido, and got out where the laguna once more opened to Farina. I had been in the water by my watch without help or rest and never touching ground or boat for four hours and twenty minutes.”

Gedicht Aan zee

Bij de zwemmende Lord Byron heb ik een aantal strofen uit het gedicht ‘Aan zee’ gekozen. De zee lijkt hem te kunnen reinigen van zijn leven vol uitspattingen. Met een beetje fantasie, zie je Byron al in zijn blootje klaarstaan voor de zwemtocht van Lido naar Venetië…. Het gedicht is geschreven op 9 augustus 1913, bleef ongebundeld, maar is wel opgenomen in de Verzamelde Gedichten van De Mérode.

Aan zee

Ver van ’t rumoer der straten
en mengelend gerucht,
Rep ik, met koortsge leden,
naar Uwe zuivre lucht,

O zee! reeds rilt uw zilte
door ’t prangende gewaad
en strookt uw koele kussen
mijn heftige gelaat.

Heb ‘k heel den dag vernomen
uw aarzelende stem,
Gij lokt, mijn nooden kennend,
met dieper drang en klem.

O onverdiende goedheid,
o wreed doorvlijmde pijn,
daar is geen wranger wellust
dan, boos, bij u te zijn.

Aan uwen schoot belijdend
àl wat het dorst bestaan,
Al wat het heeft misdreven
en driest liet ongedaan.

Dan, in uw diep gedompeld,
wascht gij de leden rein,
en zuivert gansch de ziele
als uw klaar kristallijn.

Links


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *