Laatste update op 18 november 2017

Het wakker worden in Venetië op de zaterdagochtend in 2010 staat in mijn geheugen gegrift. Het was mijn eerste overnachting in de stad. In april kon de balkondeur al prima open ’s nachts en in de vroege ochtend kwamen de geluiden van Venetië de hotelkamer binnen. Ik was verrukt.

Campanile en gondels

Campanile en gondels

Het geluid van de kerkklokken was het eerste dat tot mij doordrong. Toen hoorde ik het water, het geplof van boten en ook een soort serene rust. Geen stadsgezoem, maar andere geluiden zoals voetstappen en stemmen. Vogels zelfs. Ik heb er een poosje van liggen genieten voordat ik uit bed stapte.

Bizar veel kerken

Terug naar het gebeier: om te begrijpen waarom er in zo’n kleine stad zoveel kerken zijn, moet je iets over van de ontstaansgeschiedenis van de stad weten. Venetië is gebouwd op om en nabij 120 verschillende eilanden. Deze eilanden waren vroeger niet met elkaar verbonden en bijna ieder eiland had zijn eigen gemeenschap met kerk. De rijke gemeenschappen bouwden grote kerken en de gewone gemeenschappen minder belangrijke of zelfs onbeduidende kerken. Langzamerhand werden steeds meer eilanden met bruggen aan elkaar verbonden, waardoor Venetië haar huidige uiterlijk heeft gekregen. Dit verklaart ook waarom nog steeds veel straten abrupt lijken te eindigen op een kanaal (of beter: waterweg). Op dat punt eindigt het eiland namelijk.

Luiden van klokken

Nu begrijp je waarom je dat gebeier zult horen als je in Venetië vertoeft. Maar dat klokluiden deden ze in Venetië vroeger niet zomaar. De klokken werden om allerlei redenen geluid. Kerkklokken waren gewijd en hun gebeier kon bijvoorbeeld kwaad afweren. Zo luidde men de kerkklokken als het onweerde, want onweer werd door de duivel veroorzaakt.

Campanile Piazza San Marco

Met de bouw van de Campanile, de belangrijkste klokkentoren van de stad op het Piazza San Marco, werd begonnen tijdens het dogeschap (888-912) van Pietro Tribuno. De toren had oorspronkelijk een wacht- en vuurtorenfunctie. De toren werd vaak door de bliksem geraakt, wat schade tot gevolg had. In 1776 werd hij voorzien van een bliksemafleider.

Ook de klokken in de toren van de Campanile luidden niet alleen om de tijd aan te geven. Tot de toren in 1902 instortte, hingen er vijf klokken die samen ‘El paron de casa’ (de heer des huizes) werden genoemd door de Venetianen.

Luiden van de Campanile-klokken

klok met klepel, Campanile

klok met klepel, Campanile

Alle vijf klokken in de toren hadden een eigen naam en functie:

  • De Renghiera, ook wel Maleficio, kondigde een terechtstelling aan.
  • dde Nona sloeg om 12.00 uur.
  • De Trottiera (trottare = draven) spoorde de paarden van de edelen aan om naar het dogepaleis te komen.
  • De Mezza Terza, ook wel Pregadi, luidde als de senaat bijeenkwam.
  • De Marangona is de enige klok die onbeschadigd bleef na de ineenstorting van de toren. Deze klok slaat nog steeds om middernacht. In het verleden werd de klok geluid om een vergadering van de Grote Raad aan te kondigen en om het begin en einde van de werkdag van timmerlieden aan te geven. Marangoni (meervoud) betekent ‘timmerlieden’.

(bronnen: ‘Venetië’, Capitool Compact 2007 en ‘Venetië’, De Groene Gids 2000).

Acrobatiek en andere leuke weetjes over de Campanile

Vollo Dell Angelo 2012 - Vlucht van de Engel 2012 Venetië

Vollo Dell Angelo 2012 – Vlucht van de Engel 2012 Venetië

Gewoon omdat ze zo leuk zijn nog een aantal weetjes in relatie tot de Campanile:

  • Op de donderdag voor het vasten woonde de doge altijd de Svolo dell’Angelo bij: de vlucht van de engel. Er daalde dan een koorddanser/acrobaat via een gespannen koord vanaf de klokkenzolder af naar een bootje of naar de loggia van het dogepaleis. Nadat er een koorddanser verongelukte gebruikte men een houten duif. Sinds 2001 wordt het spektakel weer nagebootst op de eerste zondag van het jaarlijkse Venetiaanse carnaval in februari, nu wel met een échte (goed gezekerde) engel.
  • Een ander spektakel was de Supplizo della cheba: geestelijken die o.a. van godslastering werden beschuldigd,sloot men op in een kooi die aan de toren werd gehangen. Hoe zwaarder het vergrijp, hoe langer men er bleef hangen (in regen, wind en hitte), tot spot van de Venetianen.
  • De wetenschapper Galilei (1564-1642) heeft in 1609 de sterrenhemel met zijn telescoop bekeken vanaf de Campanile.
  • De doodsklok van Marino Faliero (de doge die de republiek verried en werd onthoofd, (lees Marin Falier, de foute doge) is zonder klepel en touw in de Campanile gehangen. Zo zou deze nooit meer luiden. Waarom de klok juist daar werd opgehangen is me niet duidelijk, maar er is vast een symbolische betekenis voor. Zou de klok er nog hangen?
  • De engel op de torentop is aartsengel Gabriël. Hij geeft de windrichting aan. De legende vertelt dat de engel op miraculeuze wijze de instorting van de Campanile in 1902 onbeschadigd overleefde. Het beeld zou op gracieuze wijze zijn geland, recht voor de deuren van de San Marco Basiliek.

Gedicht Op den toren

Een toepasselijk gedicht bij de klokkentorens is ‘Op den Toren’. Willem de Mérode schreef dit gedicht op 26 september 1911 en het verscheen in zijn debuutbundel Gestalten en stemmingen (1915).

Op den toren

Engel Gabriel Campanile - geeft de windrichting aan

Engel Gabriel Campanile – geeft de windrichting aan

Ik sta gebogen over ’t ijzren hek,
Dat slank en koel zich om den top-trans windt
En door gesloten-openheid de wind
Laat waaien tot in ’t duister luidvertrek.

En nu de klare koopren klepel klept,
Roept wind, als immer reede rijksheraut,
De uren over ’t land, tot, waar vergrauwd
Aan zee-omruischte kim, de meeuw zich rept.

Daar ligt het stille zonbeschenen land:
Deinende zeeën van geelgroen koren,
Weiden, zoo ver, dat de roep gaat verloren,
Dien mond riep door wijd hem omringende hand.

En effen ligt in elke heldre sloot
Het water, als een klare stille spiegel
Voor der boomen gedein en der wolken gewiegel,
Voor ’t bleeken van morgen- en avondrood.

En recht getrokken strekt de lange laan
Zich onder der boomen bebladerde koppen,
En vangt al de schâuwen der takken, wier toppen
In ’t windje zachtkens heen en weder gaan.

De landen wachten uit de hemelhal
Den stillen avond die te komen staat
En zelfs ’t geruisch dat door de boomen gaat
Verinnigt zich als al het daggeschal.

Geen luid geluid dringt nu meer tot mij door,
Dan soms het lachend roepen van een kind,
Dat mij bemerkend plots een jubel vindt,
Als een zingende vogel die vliegt uit de voor.

Maar dan is ’t stil: ik hoor geen stem meer gaan
Noch gerink van gerei bij huis of hoeve. –
En langzaam daal ik, met mijn hand aan ’t stroeve
Touw van de trap, om, vreemd, op straat te staan.

 

mensen op de Campanile, recht onder de klokken

mensen op de Campanile, recht onder de klokken

Piazza San Marco vanaf de Campanile

Piazza San Marco vanaf de Campanile

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *